Gezochte kwetsbaarheid

Onlangs verscheen in de Nieuwe Koers de volgende column:

Kwetsbaarheid. Het werd in het voorbije jaar het nieuwe modewoord. Vooral mensen met podium ontdekten het. Kracht is verdacht. Kwetsbaar zijn populair. Van alle kanten worden we aangemoedigd vooral je zwaktes publiekelijk te tonen. Je angsten en onzekerheden niet krampachtig onder de tafel te houden, maar juist open te delen. Dat geeft herkenning en verbinding, volgens de deskundigen. Brené Brown, ervaringsdeskundige en research-professor van de universiteit van Houston, doorbrak het taboe. Ze schreef er een reeks boeken over, die als broodjes over de toonbank gaan en door miljoenen met gretigheid verslonden worden. Het gevolg? We pogen – en ik chargeer nu – massaal kwetsbaar te worden. In de hoop – en ook dat is gechargeerd – met onze geëtaleerde zwakte nog meer likes te vergaren dan voorheen en via de glinstering van betraande ogen mooier te stralen dan ooit. Er worden zelfs cursussen aangeboden om het te leren. Dat moet misschien ook wel, want lang is het tegenovergestelde gepropageerd: ontdek waar joúw kracht zit, waar jíj energie van krijgt en ontwikkel dat! Ik las over een Instituut voor Faalkunde, speciaal bedoeld voor ‘opwaartse mobielen’ (wat een termen!) die in ademnood zijn geraakt. Om, klassiek gezegd, voor zichzelf het woord g-e-n-a-d-e weer te leren spellen. Blijkbaar kunnen we moeilijker zonder evangelie dan we zelf graag geloven.

 

Die tomeloze aandacht voor kwetsbaarheid intrigeert me. Wil je vandaag voor vól worden aangezien, wees dan vooral kwetsbaar! Niets doet het zo goed dan bij geslaagde mensen de zwakke plek bloot te leggen en hoe eerlijker de ondervraagde zichzelf dan bloot geeft, des te  beter hij of zij scoort. Steeds vaker ook worden conferenties en seminars over dit thema gehouden, waar sprekers die nooit eerder opvielen in kwetsbaarheid – behalve dat ze gewone en dus kwetsbare mensen zijn als iedereen – er nu ineens voor pleiten en ook nog lijken te weten hoe het werkt. Eerlijk gezegd begint het dan wat te kriebelen, hoe behartenswaardig de observaties op zich ook kunnen zijn. De vrijages met de geroemde kwetsbaarheid worden me net iets te exorbitant en te exhibitionistisch.

 

Hernieuwde aandacht voor kwetsbaarheid verrast mij echter ook. Want is het niet heilzaam dat het ons vandaag al makkelijker wordt gemaakt om aan elkaar toe te geven dat, wie en wat we ook werden, we tegelijk een gewoon en dus kwetsbaar mens blijven? Of zoals het woordenboek vertolkt: onzeker, overgevoelig, ongemakkelijk, onbeschermd, broos, breekbaar, fijngevoelig, fragiel, licht te raken, wankel, zwak. Terecht wordt gezegd dat juist dít verbindt. In tegenstelling tot het jezelf opstuwen en doorzetten, wat anderen verdringt. Goed dus als er weer wat meer oog komt voor de menselijke maat, van de Zuidas tot in achterstandswijken toe. Daar kan ieder profijt van hebben. Bovendien zou het zomaar openingen kunnen bieden voor de blijvende actualiteit van het evangelie. Want als er één weet van heeft dat we net iets minder stoer en sterk zijn dan we lijken en net iets schuldiger en angstiger dan we waar willen hebben, dan is het de levende God wel. Sinds jaar en dag is Hij ‘gedachtig dat wij stof zijn’ (Psalm 103) en anticipeert daarop.

 

Toch blijf ik met één ding zitten. Waar blijven in deze hype de ware kwetsbaren? Want wie het zonder ervoor te kiezen geworden is, had het liever nooit willen zijn. Die loopt er ook niet graag mee te koop, maar verlangt wel intens om te worden gezien. Niet als een geval, maar als mens. Laten we in Gods naam dit jaar nog net een stapje dieper gaan…

 

Paul Visser