Gein in de Jordaan

Op zondagmiddag 26 augustus nam dominee Julia van Rijn in de Westerkerk afscheid van de Protestantse Kerk van Amsterdam. Op uitnodiging sprak ik daarbij onderstaande column uit.

 

Gein in de Jordaan

Gein, de Jordaan staat er om bekend.

Sinds jaar en dag wordt die daar

méér gaande gehouden

dan de lofzang.

Het is vanouds dé plek in Amsterdam

van de grap, de kwinkslag, de galgenhumor.

Niet omdat het er altijd even vrolijk aan toeging.

Integendeel, ellende zat en rottigheid te over

maar juist daarom was er de gein

waarmee aan de misère

zo’n draai werd gegeven

dat de lach het won van de traan,

en het zo beroerd niet kon wezen

of het werd steeds weer

een vrolijke boel.

Gein maakte het verschil om te blijven lachen

ook als het leven om te huilen was.

Als dát geen genade is…!

Of op zijn minst een weerspiegeling ervan

Want

altijd als God ermee komt

– met genade bedoel ik –

geeft Hij zo’n draai aan ons bestaan

dat je er als vanzelf vrolijk van wordt.

Als geen ander verstaat Hij de kunst

waar ze in de Jordaan bedreven in zijn:

je te laten lachen als het om te huilen is.

Is alle gein daarmee genade?

Of genade een soort geintje?

Nee, zo simpel is het niet.

Maar mooi genoeg

kwamen die twee

in Amsterdam

in de Jordaan

voor mij wel dichter bij elkaar

dan ik daarvoor begrepen had.

Hoe dat zit?

Vreemd zat word je in Amsterdam

méér dominee dan waar ook maar.

Juist omdat God hier niet gewoon is,

ben je als zijn vertegenwoordiger

al gauw een beetje bijzonder.

Een schakel tussen hier en daar

een soort bemiddelaar

tussen boven en beneden.

Met als gevolg

dat een goed woord

een vriendelijk gebaar

een glimlach of een grap

door die en gene zomaar ervaren wordt

als een teken dat je door de hemel wordt gezien.

Ongemerkt en geinig genoeg,

bemiddel ik zodoende méér genade

dan ik vermoed.

Ooit schreef Paulus

die als geen ander van genade wist:

Wees vriendelijk tegenover alle mensen

Hij wist blijkbaar,

dat je het zonder geintje

kunt schudden met genade.

Wat dat aangaat had die wat stijle Paulus

prima gepast in de Jordaan en op de gracht.

Vooral als je bedenkt

dat wat hij te zeggen had

naadloos aansluit bij waar ieder

Jordanees of Yup, kerkganger of niet

vroeg of laat het meest om verlegen zit:

dat je niet wordt afgedankt, maar wordt geliefd.

Door de hemel zelf nota bene.

Wat je ook op je kerfstok hebt.

Zoals die vijftiger, die tegenover me zat

en naar eigen zeggen alles had ‘verkloot’

maar op mijn vraag wat hij verlangde zei:

“Ik wel wat genade gebruiken….”

“Dat is toch van de gekke”, zei die ras-jordanese op haar plat Amsterdams,

toen dit tijdens een Bijbelklas in de Noorder tot haar doordrong.

Ja, zei ik, je hebt gelijk… en dat heet genade.

Ze werd er helemaal vrolijk van.

Over gein gesproken!

Beste collega Julia,

waar je ook gaat of staat

houd de gein erin en deel veel genade!

Paul Visser