DE OPPEPPER VAN OPWEKKING

Voor het juli-nummer van de Nieuwe Koers schreef ik onderstaande column

 

Als ik deze column schrijf, ligt Pinksteren net een week achter ons met alle publiciteit rond het jaarlijks weerkerende Pinkster-event in Dronten. Een groeiend aantal christenen van allerlei denominaties beleefde daar onder de veelzeggende naam Opwekking een geestelijke oppepper. Zo werd het althans door een enthousiaste moeder van een tienergezin verwoord. Een rake typering, getuige de verslagen die ik las in verschillende kranten, de samenvatting die ik zag op tv en de verhalen die ik hoorde van enkele deelnemers. Nu kan een oppepper op zijn tijd geen kwaad. Vooral gelovende jongeren, die zich vaak vertwijfeld afvragen of ze niet bij een uitstervende club horen, kunnen er enorm bij gebaat zijn. Terwijl je in de klas of op je werk als gelovige vaak zwaar in de minderheid bent, of soms zelfs de enige, kan het een enorme boost geven om met zoveel duizenden samen te praisen, vol van de Heer in een vrolijke sfeer. Dan weet je weer, terwijl je elders nogal eens voor gekkie versleten wordt: geloven is zo gek nog niet! Wat je daar ook van vindt, het zou zonder meer geesteloos zijn om daar alleen maar kritisch over te somberen, zoals elk jaar stante pede vanuit bekende hoek gebeurt. Zei Jezus zelf niet ooit tegen zijn kritiserende volgelingen: Wie niet tegen ons vergadert, is voor ons?

 

Ik geloof vast en zeker dat de Geest creatief en inventief genoeg is om via een oppepper bij die en gene – en wat mij betreft bij iedereen – een opwekking te bewerken. Vrijmachtig, om het met oer-reformatorische taal te zeggen, gaat Hij zijn gang. Tegelijk gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat er aan oppeppers ook een andere kant zit. Hoe goed ze ook werken voor het moment, ze zijn per definitie van beperkte duur. De kik die ze geven – het woord zegt het al – is snel uitgewerkt. Je daarmee op de been houden, is zelfs ronduit ongezond. Terwijl je voor je gevoel gevoed wordt, vermagert waar je bij staat. Zie ik spoken als ik een toenemende tendens vermoed om oppeppers te verwarren met opwekking? In dat geval zijn de gevolgen desastreus. Het leidt tot een geloof dat meer leeft van opeenvolgende evenementen dan uit de volhardende omgang met God.

 

Ik mag hopen en wil geloven dat de oppepper van Opwekking dat laatste bedoelt te stimuleren. Want één ding is zeker: alleen wie 365 dagen doet wat Jezus kort en bondig zei ‘Blijf in Mij’ gaat ‘opgewekt’ door het leven. Naar Zijn belofte van voort-durende blijdschap voor ieder die zich dagelijks voedt met het Zijne. Via Schrift en gebed. Alle reden om samen vooral bij deze door Jezus aangeprezen activiteit betrokken te blijven. Hier geldt letterlijk: hoe meer zielen, hoe meer vreugd! Zou dat in ons  steeds ‘platter’ wordende land niet de meeste zoden aan de dijk zetten tegen het wassende water van oprukkende vertwijfeling? Op den duur ook beter versterken dan alle zandzakken die tijdens grootschalige evenementen worden aangesleept, om de gaten te dichten van te vaak toegegeven nalatigheid op dit punt? Voor de duidelijkheid: ik ben niet tégen oppeppers, maar vooral vóór opwekking. Tot slot daarom een brede wens: God zegene de jaarlijkse greep van alle toegewijde organisatoren in Dronten én de dagelijkse trouw van al die doodgewone gelovigen van Delfzijl tot Terneuzen.

 

Paul Visser